Terug naar Smaaklessen

De tuinvrouw heeft hulp nodig! In haar moestuin groeit heel veel. Maar ze is benieuwd wat er bij de school allemaal kan groeien. Help haar en ga op Smaakmissie!
In deze Smaakmissie ontdekken leerlingen van alles over de moestuin. Ze gaan zelf aan de slag in de moestuin en ontdekken zo van alles over de plantjes. De Smaakmissie Moestuin bestaat uit interactieve lessen en activiteiten met aanvullend een digibordmodule.
Lees hier hoe de Smaakmissie werkt en ga aan de slag!

De lessen

Algemene inleiding voor de leerkracht

15 min. excl. maken moestuin + kopen plantjes/zaadjes

Doel van deze les

De leerlingen:

  • leren verschillende soorten groenten en fruit verzorgen, oogsten en verwerken.
  • ontdekken dat verschillende groenten en fruit op verschillende manieren groeien.
  • leren dat je goed voor (groente)plantjes moet zorgen.
  • leren dat je tijd in een moestuin moet investeren.

Materialen

  • werkblad 1 - Zaaikalender (één exemplaar)

Lesopbouw

Smaakmissie Moestuin

Het is belangrijk dat leerlingen kennismaken met hoe groente en fruit groeit. Deze Smaakmissie bestaat uit een eenvoudige uitleg over het opzetten van een moestuin bij school, informatie over hoe en wanneer de plantjes groeien en enkele lessen/activiteiten die aan de leerlingen gegeven kunnen worden. Uitgebreide kennis van groente verbouwen is hierbij niet nodig. Iedereen kan het! De tijdsperiode van deze Smaakmissie is van maart t/m juli. Hier is voor gekozen omdat dit de meest geschikte tijd is om de plantjes te laten groeien en omdat er dan voor de zomervakantie geoogst kan worden.

Opbouw van de Smaakmissie

De Smaakmissie bestaat uit verschillende onderdelen en is als volgt opgebouwd:

  • Algemene inleiding voor de leerkracht
    Hier vindt u meer informatie over het opzetten van de moestuin en over de plantjes.
  • Startles
    De leerlingen maken kennis met de moestuin en bijbehorende missie.
  • Een kijkje in de moestuin (twee keer per week)
    Een tweetal leerlingen gaat twee keer per week in de moestuin kijken en een korte taak uitvoeren. Via het digibord ontvangen de leerlingen meer informatie.
  • Groeien maar! (elke twee weken)
    Samen met de leerlingen houdt u elke twee weken de groei en ontwikkeling van de plantjes in de gaten. De groei van de plantjes wordt op werkbladen bijgehouden.
  • Oogstles
    Wordt gegeven zodra er groente/fruit geoogst kan worden.
  • Activiteiten; ‘Groente Bling Bling’, ‘Alle plantjes groeien anders’ en ‘Speurtocht’
    Drie leuke activiteiten die tussen de startles en oogstles gegeven kunnen worden.

Er zijn dus 4 korte lessen waarvan sommige meerdere keren terug komen en 3 leuke activiteiten. Voor de activiteiten geldt dat u zelf de keuze kunt maken of en wanneer u deze uitvoert.

Opzetten van een schoolmoestuin

Hieronder leest u hoe u op een eenvoudige manier een moestuintje bij school kunt maken.

Voorbereiding
Kies een geschikte plek om een moestuin bij school te maken, het liefst daar waar de zon 6 tot 8 uur per dag schijnt. Als de moestuin in de volle grond komt, is het goed om een plek te kiezen waar regenwater goed weg kan lopen. Hoe klein de ruimte ook is, er is altijd wat mee te doen! 1m² of 2x 0.5 m² is in principe groot genoeg.

Kies hieronder voor een moestuin die bij u te verwezenlijken is.

  • Stukje grond bij de school
    Zorg dat het stukje grond ‘schoon’ is, dus zonder restanten van oude planten. Strooi koemest of kunstmestkorrels en hark dit door de grond. Is de grond erg zanderig, werk er dan compost en/of tuinaarde doorheen.
  • Moestuinbak
    Neem enkele houten (groente)kisten en bekleed de binnenkant van de bak met anti-worteldoek. Hierdoor hoeft er bijna nooit onkruid gewied te worden. Ook kunt u ervoor kiezen om een handige ouder te vragen om een houten bak op poten te maken en de binnenkant te bedekken met anti-worteldoek. Dit soort bakken zijn ook vaak kant-en-klaar te koop bij tuincentra en bouwmarkten.
    U kunt uiteraard ook meerdere kleine bakken, kistjes of plantenpotten gebruiken. Het liefst van 20cm diep.
    Vul de bakken met bemeste tuinaarde. Er zijn ook uitgebalanceerde aarde-mixen te verkrijgen via internet.
  • Schooltuintje in de buurt
    Soms is er in de omgeving van een school grond dat gebruikt mag worden om een schooltuintje van te maken. In sommige plaatsen stelt de gemeente grond ter beschikking voor schooltuinieren. Maak afspraken met mensen van de schooltuin om een overzichtelijk perk te mogen verbouwen.
Plantjes en zaden kopen

Om het verbouwen van groente en fruit zo eenvoudig mogelijk te maken en de kans op succes te vergroten, is het het gemakkelijkste om jonge, al opgekweekte plantjes te kopen.
Dit is niet altijd mogelijk, in dat geval kunt u natuurlijk ook zelf zaadjes zaaien, al duurt de teelt dan iets langer.

In deze Smaakmissie gaan we uit van 6 soorten. Deze zijn representatief voor verschillende groeiwijzen van groenten/fruit, zodat de leerlingen een goed beeld krijgen van hoe uiteenlopend soorten groenten en fruit kunnen groeien. Zie werkblad 1. Deze soorten groeien allemaal in de periode van maart t/m juli en u kunt dus voor de zomervakantie gaan oogsten.
U kunt er zelf voor kiezen hoeveel soorten u gaat planten/zaaien. U kunt bijvoorbeeld voor twee verschillende soorten kiezen en de groei hiervan volgen met de leerlingen of voor meerdere soorten tegelijk. Op werkblad 1 is een overzicht van de soorten met bijbehorende groeiwijzen en oogsttijden weergeven.

Koop bij een tuincentrum/teler de zaadjes of (minstens twee) planten van de volgende soorten:

  • Fruit: aardbei
  • Kool: broccoli
  • Boon: doperwt
  • Knolgroente: radijs
  • Bladgroente: snijbiet
  • Bloem: kamille

Startles

40 min.

Materialen

  • moestuin
  • plantjes en/of zaden
  • enkele schepjes
  • gieter
  • 6 pollepels en watervaste stiften
  • digibord

Lesopbouw

Voorbereiding

Zorg dat de moestuin klaar voor gebruik is en dat de plantjes/zaadjes gekocht zijn.

De tuinvrouw heeft hulp nodig 5 min.

Vertel de leerlingen dat een tuinvrouw hen iets wil vragen. Weten ze wat een tuinvrouw/tuinman is? Leg dit anders uit: een tuinvrouw/tuinman is iemand die een tuin verzorgt. Die zorgt er dus voor dat alle plantjes en bloemen goed groeien en genoeg water krijgen. Laat op het digibord het filmpje zien. Hierin vertelt de tuinvrouw de opdracht voor deze Smaakmissie. Praat hierover na met de leerlingen. Stel vragen als: Wat wil de tuinvrouw? Hebben jullie zin om ook groente en fruit te verbouwen? Wat weten jullie er al van?

Bekijk video
Plantjes in de moestuin 30 min.

Laat de leerlingen de plantjes/zaadjes zien. Schrijf met waterproofstift de namen van de plantjes op de pollepels. Voor kleuters is het handig als er een tekeningetje van de groente of het fruit bij wordt gemaakt. De pollepels worden later in de grond gestoken bij de verschillende plantjes. U kunt er uiteraard ook voor kiezen om de leerlingen de pollepels te laten versieren of zelf naambordjes te laten maken.

Ga met de leerlingen naar de moestuin en plant de jonge plantjes en zaadjes in de tuin. Knijp het blokje grond onder het plantje even in voordat het plantje geplant wordt.
Plaats de pollepels bij de plantjes, zo kunnen de leerlingen goed zien welk plantje wat is.

Herinner de leerlingen aan wat de tuinvrouw in het filmpje heeft verteld:

  • De plantjes hebben veel zorg nodig om groot te worden.
  • Plantjes hebben water nodig maar de grond mag niet te nat zijn, maar ook niet te droog.
  • Let op onkruid in de moestuin.
  • Verwijder beestjes van de planten.

Vertel de leerlingen dat ze de komende weken om beurten ervoor moeten zorgen dat de planten genoeg water krijgen, het onkruid weg wordt gehaald en erop letten of er geen beestjes in zitten. Maak een taakverdeling met de leerlingen.
Verder gaan ze regelmatig kijken hoe de planten groeien. Dat kunnen ze dan doorgeven aan Sharonne, de tuinvrouw (zie les ‘Groeien maar! (Elke twee weken)’).

Wanneer oogsten? 5 min.

Laat de leerlingen op het digibord de plaatjes zien van hoe de soorten groenten en fruit die geplant zijn, eruit zien als ze geoogst kunnen worden. Weten ze wat ‘geoogst’ betekent? Leg dat anders uit: plukken van het fruit/groente als het klaar is om op te eten.

Extra

Plant met de leerlingen enkele kleine aardappels (liefst met uitlopers) in een grote bloempot of emmer (minstens 10 liter groot) in de klas. Door de continue warmte binnen kunnen de aardappels waarschijnlijk nog voor de zomervakantie geoogst worden! Kies voor een plek in de zon en zorg dat je goed bemeste aarde hebt. Maak een gat van 10 centimeter diep en stop er de aardappel in met de uitlopers naar boven. Bedek de aardappel met aarde. Poot enkele aardappels met een tussenruimte van 30 centimeter zodat de plant de ruimte krijgt om groot te worden. Wanneer de blaadjes slap gaan hangen, is het oogsttijd. Woel voorzichtig door de grond en zoek de aardappels.

Een kijkje in de moestuin (twee keer per week)

20 min.

Materialen

  • gieter
  • schepjes
  • digibord

Lesopbouw

Moestuintaak 10 min.

Laat 2x per week twee leerlingen de taak op zich nemen om bij de moestuin te gaan kijken (maak gebruik van de planning gemaakt in les 2).
Ze letten op 3 dingen:

  1. Hoe voelt de grond aan? Hiervoor steken ze hun vingers in de grond. Als die droog aanvoelt, geven ze de planten water met de gieter. Als de grond erg nat is, doen ze niks.
  2. Groeit er onkruid? Dus andere plantjes dan die ze er neergezet hebben? Als er onkruid opkomt, halen ze deze met wortel en al weg met een schepje.
  3. Zitten er beestjes op de plantjes? Of zijn er plantjes aangevreten door beestjes? Als de plant een beestje heeft, bekijken ze deze heel nauwkeurig.
Kort verslag 10 min.

Het tweetal brengt na het uitvoeren van hun taak kort verslag uit aan de klas. Dit gaat aan de hand van het digibord. Hierop staan drie buttons:

  • Gietertje – Hebben ze de planten water moeten geven?
  • Onkruid – Groeit er onkruid?
  • Beestjes – Zaten er beestje op de planten?

Bij de button ‘beestjes’ kunnen de leerlingen aanklikken welke beestjes ze op de plant hebben gezien waarna ze informatie krijgen over hoe ze dit beestje kunnen verwijderen. Lees dit voor, het tweetal voert dit advies vervolgens uit.

Groeien maar! (elke twee weken)

35 min.

Materialen

  • strookjes papier (per plantensoort een andere kleur)
  • scharen
  • lijm
  • werkblad 2 - Hoe groeit het plantje? (groep 1-2) of werkblad 3 - Hoe groeit het plantje? (groep 3-4) (één per tweetal)
  • werkblad 4a t/m 4f (één per tweetal)
  • digibord

Lesopbouw

Kijken in de moestuin 10 min.

De leerlingen gaan één keer per twee weken kijken hoe de planten groeien. Dit kan met de hele klas gedaan worden of in groepjes/tweetallen die om de beurt gaan kijken.

De strookjes papier worden gebruikt om de groei van de planten bij te houden. Bespreek met de leerlingen welke kleur papier bij welk plantje hoort. Laat de leerlingen het een herkenningsteken geven. De leerlingen houden het strookje papier naast het plantje en knippen deze af tot waar het plantje gegroeid is. Dit wordt elke twee weken gemeten, zo ontdekken de leerlingen dat het plantje groeit.

Terug in de klas: groei vastleggen 10 min.

In de klas worden de strookjes papier op werkblad 2 (groep 1-2) of 3 (groep 3-4) geplakt. De leerlingen schrijven of tekenen op het werkblad welk plantje ze gemeten hebben. Vervolgens plakken ze het strookje op. Elke 2 weken komt er een strookje bij. Zo ontstaat er een staafdiagram van de groei. Is de plant veel gegroeid of weinig?
Leerlingen uit groep 3-4 kunnen de lengte van de strookjes opmeten en op het werkblad schrijven hoeveel centimeter het plantje is. Ook kunnen zij noteren welke dag (geteld vanaf de dag dat het plantje geplant is, dag 1) de meting was (bijv. dag 1, dag 12, dag 25 etc.).

Tip: Als het plantje groter is dan het werkblad, kunt u het werkblad ook op A3 formaat printen.

Zoek de overeenkomst 10 min.

Op werkblad 4 worden de verschillende stadia van ontwikkeling weergeven. Deel de werkbladen van de plantjes die in jullie moestuin staan, uit. Laat de leerlingen de afbeeldingen bekijken. Een plantje doorloopt namelijk verschillende fases voordat het geoogst kan worden. Het blad kan groeien, er kunnen bloemetjes komen, kleine knoppen/vruchtjes en ga zo maar door.

Op welk plaatje lijken de plantjes die in de moestuin staan? Die plantjes mogen de leerlingen inkleuren.
Een volgend plaatje wordt pas ingekleurd als dat stadium ook daadwerkelijk bereikt is. Eventueel kunnen (oudere) leerlingen onder het ingekleurde plaatje schrijven hoeveel dagen het duurde om dit stadium te bereiken.

Contact met de tuinvrouw 5 min.

Vertel de leerlingen dat Sharonne, de tuinvrouw, erg benieuwd is hoe het allemaal gaat. Op het digibord rapporteert de klas (samen met u) aan Sharonne hoe het gaat met ieder soort plantje. Klik daarvoor de juiste knop aan. Sharonne geeft een reactie.

Tip: Het is leuk om foto’s te maken van de vorderingen in de groei en deze in de klas op te hangen.

Tip: Als het warm wordt in het weekend kun je met flessen zorgen dat je plantjes toch water krijgen. Vul een lege fles met water en duw deze diep met de hals in de aarde, aan de voet van de planten. Het water sijpelt gedurende een paar dagen langzaam in de aarde.

Oogst- en kookles (wanneer groente/fruit geoogst kan worden)

50 min. excl. oogsttijd

Materialen

  • extra gekochte groenten en fruit om de geoogste hoeveelheid aan te vullen tot een toereikende hoeveelheid om mee te koken
  • werkblad 4a t/m 4f
  • werkbladen 5a t/m 5f - Recepten
  • benodigdheden voor het koken (zie werkblad 5a t/m 5f)
  • digibord

Lesopbouw

Oogsten

Heeft een plantje het laatste groeistadium bereikt? Dan kan er geoogst worden!
Laat de leerlingen nog eens goed kijken naar werkblad 4. Is de laatste afbeelding bereikt en ingekleurd? Dan is het tijd om te oogsten! Doe dit samen met de leerlingen. Als er meerdere klassen gebruik maken van dezelfde moestuin, oogst iedere groep enkele soorten groenten of fruit.

Contact met de tuinvrouw 5 min.

Na iedere oogst of wanneer een plantje dood is, opent u het digibord behorend bij de oogstles. Met elkaar klikt u aan wat er geoogst is en hoeveel stuks. Als er 1 of meerdere stuks geoogst zijn laat Sharonne via het filmpje weten dat ze trots is op de leerlingen. Ze zijn goed bezig geweest en zij weet nu hoe die groente bij hen groeit.
Als er 0 stuks wordt ingetoetst, doordat de oogst mislukt is, leeft Sharonne mee en is ze hoe dan ook trots op de leerlingen, ze hebben harstikke hard gewerkt. De leerlingen mogen nu een lekker receptje met de geoogste groente/fruit gaan klaarmaken.

Koken maar! 30 min.

Maak met iedere geoogste groente of fruit steeds een eenvoudig gerecht dat samen bereid en gegeten kan worden. Ideeën hiervoor staan op werkblad 5a t/m 5f.
Neem het gekozen recept stap voor stap door met de leerlingen. Verdeel de taken over verschillende groepjes. Nadat de handen en het groente/fruit gewassen zijn en alles duidelijk is, gaan de leerlingen koken.

Tip: Vraag ouders of leerlingen uit groep 8 om tijdens deze les te helpen.

 

Smullen maar! 15 min.

De leerlingen eten gezamenlijk het feestelijke gerechtje. Daarna wordt er samen opgeruimd.

Activiteit: Groente Bling Bling

35 min.

Materialen

  • verschillende soorten groente
  • uitsteekvormpjes
  • materialen om de groenten eventueel uit te hollen

Lesopbouw

Voorbereiding

Koop verschillende soorten groenten zoals wortels, radijsjes, komkommers, paprika’s, rettich etc.

Bling Bling 30 min.

Leg de verschillende soorten groenten op een tafel in de klas. Vertel dat de leerlingen deze groenten vandaag om gaan toveren in ‘bling bling’. ‘Bling bling’ kan van alles zijn. Denk aan sieraden zoals een ketting, armband, oorbellen of aan een horloge, bril, heksennagels, een magisch zwaard etc. Vertel de leerlingen dat ze bij deze activiteit niet veel materialen nodig hebben. Ze maken namelijk vooral gebruik van hun tanden!

Verdeel de klas in kleine groepjes. Verdeel de verschillende soorten groente en uitsteekvormpjes ook over deze groepjes. De leerlingen mogen nu met behulp van de uitsteekvormpjes, maar vooral met hun tanden, voorwerpen gaan maken.

Zie onderstaande foto’s voor wat inspiratie.

Afsluiting 5 min.

Blik terug op de activiteit:

  • Wat hebben de leerlingen allemaal gemaakt?
  • Vonden ze het leuk om te maken?
  • Hebben ze hun tanden goed gebruikt?
  • Vonden ze de groenten die ze gegeten hebben lekker?

Activiteit: Alle plantjes groeien anders

20 min.

Materialen

Groep 1-2:

  • werkblad 6a – Knipblad groenten en 6b – Boven of onder de grond? (per tweetal één)
  • werkblad 6c – Boven of onder de grond, antwoorden (één exemplaar of openen op digibord)
  • scharen en lijm

Groep 3-4:

  • werkblad 7a – Knipvlad groenten en 7b – Alle plantjes groeien anders (per tweetal één)
  • werkblad 7c – Alle plantjes groeien anders, antwoorden (één exemplaar of openen op digibord)
  • scharen en lijm

Lesopbouw

Onder of boven de grond? (groep 1-2) 20 min.

Het doel van deze activiteit is om leerlingen vertrouwd te maken met de verschillende groeiwijzen van groenten. Zo leren ze welke soorten groente er onder of boven de grond groeien.

Verdeel de klas in tweetallen. De leerlingen knippen de soorten groenten van werkblad 6a uit. Vervolgens leggen ze deze op de juiste plek op werkblad 6b, dus boven of onder de grond.

Bespreek met de leerlingen of de groente onder (radijs, rode bietjes, ui, wortelen) of boven (komkommer, paprika, sla, spruitjes, tomaat) de grond groeit. Hiervoor kunt u ook werkblad 6c openen op het digibord. Daarna kunnen de leerlingen de groenten die eventueel fout gelegd waren op de juiste plek leggen en de plaatjes vastplakken.

Alle plantjes groeien anders (groep 3-4) 20 min.

Het doel van deze activiteit is om de leerlingen vertrouwd te maken met de verschillende groeiwijzen van groenten.

Vertel de leerlingen dat planten op veel verschillende manieren kunnen groeien en dat we ook verschillende delen van de plant eten. Bij de volgende opdracht bekijken de leerlingen drie soorten:

  • Vruchtgroenten: de vrucht van deze plant eten we als groente. Er groeien meerdere groenten aan een plant.
  • Bladgroenten: groeien boven de grond, de bladeren eten we op.
  • Wortel en knolgroenten: hiervan eten we vaak het deel dat onder de grond groeit.

Verdeel de klas in tweetallen. Deel werkblad 7a uit. De leerlingen kunnen hier de woorden proberen na te schrijven en knippen vervolgens de soorten groenten van werkblad 7a uit. Vervolgens leggen ze deze op de juiste plek op werkblad 7b.

  • De vruchtgroenten boven de grond in het blauwe kader (deze groeien aan planten boven de grond).
  • De bladgroenten in het rode kader (deze groeien net boven de grond)
  • De wortel en knolgroenten in het gele kader (deze groeien voor het grootste deel onder de grond)

Nabespreken
Bespreek welke groente bij welke groeiwijze hoort. Gebruik hiervoor werkblad 7c.
Daarna kunnen de leerlingen de groenten die eventueel fout gelegd waren, bij de juiste groeiwijze leggen. De plaatjes kunnen nu vastgeplakt worden.

Activiteit: Speurtocht

35 min.

Materialen

  • werkblad 8 - Logboek

Lesopbouw

Voorbereiding

Om de leerlingen ook kennis te laten maken met ander fruit dan die van het aardbeienplantje, gaan de leerlingen op speurtocht door de wijk. De klas gaat op zoek naar fruit dat aan bomen, struiken of plantjes groeit in de buurt van de school.

Regel eventueel hulpouders voor de wandeling.

Tip: Op www.wildplukwijzer.nl kan je zien wat er in de buurt groeit. Vink het hokje ‘nu in het seizoen aan’ zo verschijnt er een overzicht met wat er op dit moment groeit. Uiteraard staan niet alle plekken op deze site vermeld, dus ga ook vooral zelf nog zoeken.

Voorbespreking in de klas 10 min.

Vraag de leerlingen die fruit bij zich hebben om dit te laten zien. Vertel de leerlingen dat fruit op verschillende manieren groeit: aan bomen of aan struiken. (Aardbeien zijn een uitzondering, die groeien aan een plantje. De aardbei is namelijk eigenlijk geen vrucht. Het is de opgezwollen knop van een bloem. Daarom wordt de aardbei ook wel ‘schijnvrucht’ genoemd.)

Kunnen de leerlingen van het meegenomen fruit bedenken of dat aan een boom groeide of aan een struik? Kunnen de leerlingen andere fruitsoorten noemen die aan een boom groeien? (appels, peren, bananen, sinaasappels, pruimen, kersen, abrikozen, vijgen, enz.) Kennen de leerlingen fruitsoorten die aan een struik groeien? (bosbessen, rode bessen, frambozen, bramen, enz.). Groeien deze fruitsoorten ook allemaal in Nederland? (Nee, voor sommige soorten is het te koud in Nederland).

Speurtocht  20-30 minuten

Kondig aan dat de klas een speurtocht gaat doen: ze gaan speuren naar fruit in de wijk. Ga met de leerlingen door de wijk wandelen en ga met hen op zoek naar fruitbomen of -struiken. Benadruk dat je nooit bessen zomaar plukt en vervolgens proeft. Deze kunnen giftig zijn!
Leerlingen die al kunnen schrijven kunnen werkblad 8 meenemen. Daarop kunnen ze bijhouden wat ze gezien hebben.

Tip:

  • Vaak groeit er bij iemand in de tuin bijvoorbeeld een appel- of pruimenboom.
  • In parken en wegbermen groeien er soms bramenstruiken.
  • Misschien is er een fruitteler in de buurt die fruitbomen heeft staan waar jullie mogen kijken.
  • Misschien is er een volkstuintje in de buurt.
Afsluiting 5 min.

Bespreek de speurtocht na. Stel vragen als:

  • Vonden jullie de speurtocht leuk?
  • Wat hebben jullie allemaal ontdekt?
  • Gaan jullie vaker kijken of er fruit in de natuur groeit?

Extra informatie

Smaaklessen & Smaakmissies
Smaaklessen is hét lesprogramma over voeding voor groep 1 t/m 8 van de basisschool. Smaaklessen zijn de basislessen. Aanvullend zijn er Smaakmissies, dit zijn verdiepende lessen. Een Smaakmissie is een interactieve lesmodule. Via het digibord worden leerlingen uitgedaagd om een missie op te lossen. Deze missie loopt als rode draad door de lesmodule. Leerlingen gaan zowel binnen als buiten de klas op avontuur en ontvangen tussendoor hulp en feedback.

Smaakmissie Moestuin, groep 1-4
In deze online handleiding staan de lessen voor de Smaakmissie Moestuin uitgeschreven. Er zijn 4 korte lessen en 3 aanvullende activiteiten. Voor de activiteiten geldt dat u zelf de keuze kunt maken of en wanneer u deze uitvoert.
Deze Smaakmissie is het beste uit te voeren in de periode maart t/m juli.
Lees voor u met de Smaakmissie begint eerst goed de Algemene inleiding voor de leerkracht door. Hierin wordt kort uitgelegd hoe de Smaakmissie in elkaar zit en hoe u op een eenvoudige manier een moestuin kan beginnen.

Bovenaan de pagina van de handleiding staan drie buttons.

afb website

  • Afdrukken: hiermee kunt u de handleiding afdrukken.
  • Downloads: hier vindt u alle werkbladen die in de Smaakmissie gebruikt worden. U kunt de werkbladen apart downloaden of allemaal tegelijkertijd.
  • Digibord: hier vindt u alle digibordmodules die in deze Smaakmissie gebruikt worden.

Per les is omschreven welke materialen er nodig zijn.
Onder de materialen vindt u een button Digibord. Dit bevat de digibordmodule voor deze specifieke les. Daarnaast vindt u onder de button Werkbladen de werkbladen voor deze les.

Lesopbouw

Bij de lesopbouw vindt u de verschillende onderdelen van de les. Elk onderdeel heeft een eigen titel. Deze onderdelen kunt u uitklappen, zo verschijnt de informatie die hoort bij dit lesonderdeel.

Digibord
De titels van de lesonderdelen worden ook gebruikt bij het digibord. Wanneer u het digibord opent, ziet u onderin de navigatie. Linksonder wordt weergeven bij welk lesonderdeel u bent en hoeveel slides dit onderdeel bevat.
Het digibord bevat ook filmpjes. Klik op het afspeelteken en het filmpje start. Om weer terug te keren naar het digibord klikt u rechtsboven op het kruisje.
Door op rechtsonder op ‘Volgende’ te klikken kunt u navigeren door de slides. Aan de hand van het digibord kunt u de hele les doorlopen.

Contact
Heeft u vragen of opmerkingen?
Neem dan contact op met het Steunpunt Smaaklessen:
E-mail: smaaklessen@wur.nl
Telefoonnummer: 0317-485966
Twitter: @Smaaklessen